Mama is vegetarixebr
"Ik ga je opeten…."
"Nee, mam, ik ben helemaal niet lekker. Ik smaak naar vlees."
"Ik ga je opeten…."
"Nee, mam, ik ben helemaal niet lekker. Ik smaak naar vlees."
Karst T. droeg een rugzakje als hij naar zijn werk ging. Hij zei zijn buren gedag, bezocht eens een verjaardag en kwam een enkele keer in de kroeg. Werkte ‘in de beveiliging’. Karst T. was een rustige, stille man.
Volgens zijn buren dan. Zijn de buren de beste referentie voor Karst T.? Weten zijn ouders, familie of collegae niet veel meer te vertellen? Wat zou mijn beeld zijn als de buren werden ondervraagd over mijn leven?
"Elisabeth bracht ‘s morgens haar kind naar het kinderdagverblijf. Ze zat overdag veel achter de computer. Deed ‘iets met projecten’. We zeiden elkaar gedag in het trappenhuis, we maakten wel eens een kort praatje. Nee, we liepen de deur niet plat bij elkaar. Eigenlijk een rustige, vriendelijke vrouw. Niets opvallends."
Raadpleeg lief M., mijn vrienden, familie en collegae als ik dood ben. Maar niet mijn buren. Alsjeblieft. Raadpleeg desnoods Google en je komt erachter waar ik werkte, wat ik deed aan het ‘Amsterdamse gemeenschapsleven’ en wat ik facebookte/twitterde/hyvede/flickerde. Maar laat die aardige, rustige buren met rust.
Een jaar geleden voelde het als een hele grote sprong in het diepe: voor mezelf beginnen. Twee maanden geleden was de sprong al wat kleiner en maakte ik er een huppeltje bij. Ik stond officieel ingeschreven bij de Kamer van Koophandel! Vanmorgen was mijn gelukssprongetje nog groter, toen ik het bedrag zag dat was bijgeschreven op mijn zakelijke rekening. Het voelde even als het zwembad van Dagobert Duck, waarbij ik in het achterhoofd houd dat de helft nog naar de Belastingdienst moet. Maar geen groter genot dan voor mezelf starten. Met plezier werk ik ‘s avonds en in het weekend. Fluitend vul ik de BTW-aangifte in. Van de hoge duikplank afspringen met de ogen dicht moet ik maar eens wat vaker doen.
Kerstvakantie en we besluiten om heerlijk thuis een weekje lui te zijn. Maar niet wij zijn lui, alle producten om ons heen zijn lui. De auto rijdt niet meer en laat zich alleen verslepen naar de garage. Het balkon voert het water niet meer af, maar gooit het – hups – in de kamer van onze dochter. Zonder auto halen we een rol nieuwe vloerbedekking op de fiets op. Na een paar dagen zegt ook het trapgestel van de fiets ‘doei’.
"Oh", verzucht lief M. na een dagje garage, vloerbedekking en fietsenmaker, "ik wou dat de CV-ketel van 15 jaar oud het begaf. Dan krijgen we tenminste een nieuwe."
Dat had de CV-ketel gehoord en nu is het al drie dagen koud in huis. En heel erg koud onder de douche. Nog erger: we zitten tijdens kantoortijden aan huis gekluisterd. Wachtend op de monteur. Die loopt dan naar binnen en maakt wat. En als hij net buiten Amsterdam is, zegt de ketel: "F*ck it, het is kerstvakantie! Ik ben moe van een jaar hard werken."
Ik begin stilletjes te verlangen naar een warm kantoor.
Vroeger at ik thuis aan de keukentafel de eeuwige Aardappels met Vlees en Groente. Mijn zus wou elke dag een gehaktbal en het kwam mijn strot uit. Sinds ik mijn eigen potje kook (of laat koken) staan er weinig van dit soort maaltijden op tafel.
Mijn dochter onderscheidt intussen een Hollandse garnaal eerder van een Noorse garnaal dan een sperzieboon van een tuinboon. Roept oma "iew" bij het zien van een pot mosselen, J. roept om nog een boterham met die smeriguitziende beestjes. Thaise, Surinaamse, Japanse of Italiaanse afhaal staan wekelijks op het menu. En zaterdag knabbelde ze met haar vriendinnetje E. op een duur blokje chocolade in plaats van een doosje rozijnen. Soms vind ik het iets te decadent, maar gelukkig vertel ik de rest van de wereld niets. Dat doet ze zelf wel.
"Ik wil sushi. Ik wil sushi. Ik wil sushi. Ik wil sushi," schreeuwde zij gisteren in de speeltuin van het Westerpark.
(En wij werden als ouders heel raar aangekeken. Maar ja, bij ons belandt de spaghetti niet op het plafond, maar na een prettige darmverwerking in de wcpot.)
Onze dochter ligt net in bed. Lief M. en ik drinken thee en ik geef gehoor aan mijn onbedaarlijke drang om lekker hard te zingen. Dan horen we onze dochter huilen en lief M. gaat naar haar toe.
"Papa, ik hoorde een paard….."
"Dat was geen paard, dat was mama."
Dochter J. (3): "Mam, ik wil visjes in huisjes eten."
"Dag mevrouw van de woningbouwvereniging, het slot van de centrale voordeur is stuk. De sleutel geeft geen sjoege."
"Heeft u een momentje?"
Na 6 minuten lang tik tik tik op de computer:
"Ok, dan komt er woensdag iemand langs."
"Maar mevrouw, ik kan mijn huis niet in en dus hoop ik dat het vandaag gerepareerd wordt. Ik kom vanavond laat thuis, ik kan toch moeilijk de buren wakker bellen om voor mij de deur open te doen?"
"Oh, ja dat is ook wel zo."